Zoektocht naar het paradijs

DSC01771

Al wekenlang staat ‘Zoektocht naar het paradijs’ aan de top van best verkochte boeken. Ontdekkingsreizigster Arita Baaijens doet daarin verslag van haar trektochten door Centraal Azië op zoek naar het mythische boeddhistische koninkrijk Shambala.

Eeuwenlang heeft deze mythe avonturiers en zoekers gestimuleerd om deze magische plek op te sporen. Op zoek naar nieuwe uitdaging en zin in haar leven, besluit Arita om ook op pad te gaan, niet wetend wat ze precies zoekt. Avontuur, wildernis, existentiële vragen en een oeroud verlangen naar een paradijs – het blijkt de perfecte mix voor een verhaal dat van begin tot eind boeit.

“Wat mij drijft is heimwee naar iets dat ik had – een vervuld leven – en ben kwijtgeraakt. .. Ik mis een gevoel van compleetheid, er is geen lijm meer die de stukken waaruit ik besta bij elkaar houdt. Kleumend bij het rokende vuur ken ik de term ‘numineus’ nog niet, laat staan dat ik weet waarom sommige plekken of situaties een onverklaarbaar en hevig geluksgevoel doen opwellen …”

Gretig reis ik met Arita mee. Haar beeldende natuurbeschrijvingen laten me mee-huiveren, mee-jubelen, mee naar adem happen.

“Dieper in het bergbos, de taiga, heerst het rustgevende groen van krulvarens, sterrenmos en bessenstruiken. Op open plekken zoemen insecten en overal ruikt de vochtige aarde naar rottend blad. Een veld cadmiumgeel koolzaad doet me naar adem happen. Ik wil verzuipen in het geel en glijd van het paard om met gesloten ogen door een woud van hoge stengels te waden.”

De intense zintuiglijkheid van het landschap dóet wat met de geest. Ee noemen de Altai-volken het, de onzichtbare maar merkbare natuurkrachten die de psyche beïnvloeden.

SAM_3621 (1)

Ook in de innerlijke worsteling met wat het verstand overstijgt reis ik met Arita mee. Hoezo de energie van een berg voelen? Waar anderen in vervoering raken, voelt Arita helemaal niets. Maar haar nieuwsgierigheid maakt dat ze vragen blijft stellen: Is onze wetenschappelijke kijk op de wereld de enige werkelijkheid die telt? Is wat we niet wetenschappelijk kunnen meten en bewijzen slechts bijgeloof? Of zijn er meerdere manieren om naar de wereld te kijken?

Gaandeweg haar over meerdere jaren gespreide reis raakt Arita ervan overtuigd dat er niet zoiets is als een zuiver en onvervormd waarnemen.

“Alles wat onze zintuigen gewaarworden wordt gefilterd door onze interpretatie. Wat we zien is vaak datgene wat we verwachten te zien of al kennen, de rest ontgaat ons.”

Zo kan het gebeuren dat, wanneer Arita een jaar later opnieuw voor de berg staat die haar eerst koud liet, ze zich gewaarwordt:

“Hoe anders kijk ik nu naar de Belucha. Waarom zou deze machtige berg ook maar iets moeten bewijzen? Het is genoeg hier te staan en het hoofd te buigen, dankbaar en blij dat ik na een uitputtende rondedans eindelijk haar voeten kus.”

Het is vooral deze wending van koele nuchterheid naar open ontvankelijkheid die me raakt in deze ontdekkingstocht. Het paradijs lijkt niet zozeer een plek te zijn, maar een houding waarin naast een gezonde dosis rationeel verstand ook ruimte is voor een werkelijkheidservaring die dat overstijgt.

“Natuurlijk bezit Oekok [gebergte] spiritus en animus. Alles om mij heen tokkelt, ritselt, tsjilpt, beweegt, deint, verschiet van kleur of maakt orgelmuziek. Oekok is doortrokken van levenskracht en scheppingsdrang, hemel en aarde zijn er innig met elkaar verstrengeld, regenwolken, donder en rivieren ontstaan voor mijn ogen.”

De inheemse natuurverering, zo constateert Arita aan het eind van haar boek, is geen onzin, maar uitdrukking van een diepgevoelde relatie met de omringende natuurlijke wereld.

“Wij mensen staan niet boven of naast de natuur, maar zíjn natuur. De opgetrokken schutting bestaat alleen in het hoofd van de moderne mens.”

DSC01478

Anima Mundi, de ziel van de Aarde zelf
Dit tot je door laten dringen betekent nogal wat! Want het raakt aan het hart van onze ecologische crisis. Én aan de binnenkant daarvan, onze existentiële en spirituele vragen over wie we zijn, ons verlangen naar verbinding met iets waarvoor geen woorden zijn. Het zou een misverstand zijn om dat af te doen als een romantisch terugverlangen naar pure natuur.

Waar het naar mijn gevoel om gaat is een diep zielsverlangen naar herstel van een verbinding die ergens, lang geleden, verloren is gegaan. Godsdiensten hebben het verlangen een tijdlang succesvol weten op te vullen, maar staan ook met lege handen nu de oorspronkelijke ervaring gestold is in vaste vormen die steeds meer barsten vertonen. Er is iets groters gaande – iets waar nog nauwelijks woorden voor zijn, maar wat volgens mij van doen heeft met een roep van de ziel van de Aarde zelf, de Anima Mundi. 

Ik begin te vermoeden dat de geweldige wetenschappelijke en technologische vooruitgang en onze moderne manier van leven niet meer zijn dan een fase in een grootser proces van menselijke en planetaire evolutie. Ik ga steeds meer ervaren dat de Aarde niet slechts een massa steen en water is, maar een levend organisme met een eigen intelligentie die iets met ons wil, die ergens naartoe op weg is met ons. Gaia hebben oude volkeren de Aarde genoemd, niet vanuit bijgeloof, maar vanuit een diepgevoelde relatie met een levende realiteit.

Ik weet zeker dat we, met alle kennis en techniek die we verworven hebben, tot meer in staat zijn dan de vernietiging van de Aarde die ons voedt en draagt. De vraag is of we willen luisteren en met Gaia gaan samenwerken. Ze is geduldig en gunt ons onze tijd. Ze zal ons blijven roepen, steeds indringender, totdat we de boodschap begrijpen en ons naar haar wil gaan voegen.

“De kunst is”, zo eindigt Arita haar boek, “te leven op de rand van het mysterie, waar vragen niet op antwoorden wachten maar richting geven aan de zoektocht die nooit ten einde komt.”

4 thoughts on “Zoektocht naar het paradijs

  1. Ha Lisette,

    Allereerst: gefeliciteerd met je blog! Fantastisch dat ie online is.

    En wat een mooi stuk. Doet me denken aan een pyreneeëntocht, een lange tijd geleden. ‘De berg en ik zijn één…’

  2. Hoi Lisette,
    Wat beschrijf je het boek van Arita mooi! Ik heb het ook gelezen en het brengt inderdaad iets van essentie weer in herinnering, het weten vanbinnen dat wijzelf natuur zijn. In 2008 maakte ik een tocht in Siberië naar de Belucha, de laatste route van haar reis. Zo heerlijk om de beelden en de ervaringen weer opnieuw te beleven. Voor mij was het lezen van dit boek een echt geschenk en prachtig dat dit veel mensen inspireert.
    En mooi dat jij je bijdrage daar aan hebt gegeven. Zo helpen alle stukjes om te transformeren en te helen, onszelf en de aarde.
    Ik hoop nog meer van je te lezen op je blog, succes er mee!

    1. Hoi Ida, wat bijzonder dat je dat stuk van Siberië uit eigen ervaring kent en dat het ook jou een diepe natuurervaring heeft gegeven. Ik ben benieuwd naar jouw ervaring als natuurmens: kun je zo’n essentie-ervaring – innerlijk weten dat wijzelf natuur zijn – ook dichtbij opdoen, in ons drukke, volle Nederland? Is ‘oer-natuur’ een must? Of is het volgens jou primair je innerlijke gesteldheid die er toe doet?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *