Meditatief denken

‘Meditatief denken’ – het woord blijft in me rondzoemen sinds ik het deze zomer tegen kwam in een interview met Anne Goossensen, hoogleraar Zorgethische aspecten van informele zorg.* Zij vertelt daarin hoeveel ze bij haar onderzoek in zorginstellingen had aan de Duitse filosoof Martin Heidegger. In het bijzonder, zijn onderscheid tussen twee manieren van denken: ‘calculerend’ en ‘meditatief’ denken.

Calculerend denken

Het calculerende denken is gericht op doelstellingen, resultaten, effectiviteit. Het zijn de tijdschema’s, plannen en protocollen die personeel en vrijwilligers in de zorg (en elders) in hun greep houden; die doen waarderen boven zijn. Calculerend denken, zegt Goossensen, is gebruikend denken. Voor bepaalde doeleinden is dat nuttig en nodig, maar als dat te dominant wordt, raakt de mens aan dat denken uitgeleverd en gaat het een eigen leven leiden. Daarmee wordt de ‘worteling in eigen bodem’ bedreigd, de verbinding met het wezenlijke van zaken van waaruit de betekenis ervan kan worden ervaren. Heidegger noemt deze worteling ‘Bodemständigkeit’ – een mooi woord waarvan de klank alleen al je terugbrengt in je centrum, waar een innerlijk weten huist.

dsc00013

Meditatief denken

Een tweede manier van denken, wat Heidegger noemt ‘meditatief denken’, blijkt onmisbaar. Dit is een denken met een openheid waarin zich nieuwe inhoud kenbaar kan maken. Het wordt ook wel poëtisch of bezinnend denken genoemd: denken dat in staat is het wezenlijke, de zin aan te boren. Naar de zorg toe vertaald, begrijpt Goossensen dit denken als het vermogen om te kunnen wachten, om ‘een deel van jezelf terug te houden, zodat zich een diepe existentiële werkelijkheid kan tonen in termen van ervaren kwetsbaarheid van de ander.’

Het goed willen doen door te handelen (‘doenerigheid’) kan een belemmerende factor zijn bij het goede doen. Want doenerigheid, zegt Goossensen, gaat vaak over doen wat jij wilt doen en niet over afgestemd handelen als respons op de ander. Het goede doen kan daarentegen in veel gevallen betekenen dat je de eigen wil terughoudt en ruimte laat voor de ander met diens eigenheid. Het is ‘je eigen identiteit even tussen haakjes zetten, om die van de andere ten diepste te kunnen verkennen.’ Ontzelving of ontlediging, noemt Heidegger dat.

Ontvankelijkheid

Wat mij in deze beschouwing raakt is het pleidooi voor meer evenwicht tussen twee manieren van denken en doen. Je zou het misschien ook de balans masculien-feminien kunnen noemen, rationeel-intuïtief, of linker- en rechter-hersenhelft. Waar het om gaat, is het vermogen om te kunnen schakelen van een dominante (planmatige, pragmatische, calculerende) modus naar een meer meditatieve modus: een houding van ontspannen openheid en nieuwsgierigheid naar wat zich aandient voorbij de eigen plannen.

In mijn werk treft me voortdurend hoe sterk deze behoefte aan een meer meditatieve modus bij veel mensen is. Het snelle tempo, de hoge werkdruk, de vele omgevingsprikkels en sociale verwachtingen maken het moeilijk om te schakelen. Maar als zo’n beweging eenmaal wordt gemaakt, is het effect vaak verrassend groot. Het verhaal van de Duitse boswachter Peter Wohlleben, waarover ik schreef in mijn vorige blog, treft me als een mooi voorbeeld daarvan. Door zich te openen voor de ander (in zijn geval, een bos), in plaats van vanuit gewoonte de protocollen te volgen, gaat hij een veel vollere, haast geheimnisvolle werkelijkheid zien. Van een zakelijke houtvester wordt hij een verwonderde boswachter die ‘het verborgen leven van bomen’ respecteert. Zware machines komen het bos niet meer in, kappen gebeurt alleen nog selectief, afgestemd op wat goed is voor het grotere geheel.

M.i. ligt in dit vermogen om te schakelen van calculerend naar meditatief denken en handelen ook een sleutel voor een meer zorgvuldige manier van omgaan met de Aarde. Vanuit een sterke gewoonte zijn we geneigd om de ecologische problemen calculerend te benaderen: hoe fixen we zo efficiënt mogelijk de zwakke plekken in het systeem? Maar dit denken wordt contraproduktief zonder het tegenwicht van ontvankelijkheid. Door te handelen alsof we de kennis (en het recht) hebben om met de Aarde te doen wat wij willen, missen we iets essentieels. Namelijk dat de Aarde een levend organisme is met een complexe eigenheid die ons veel te zeggen heeft als we luisteren. Het is de moeite waard, kan ik uit ervaring zeggen, om er een dagelijkse oefening van te maken om eens ‘leeg’ en aandachtig aanwezig te zijn bij wat er is. En je te laten raken door wat zich toont, in de ruimte die dan ontstaat.

dsc00175

* “Sta open voor de poëtica van de ander”, interview van Peter Henk Steenhuis met Anne Goossensen, Trouw, 5 juli 2016.

2 thoughts on “Meditatief denken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *