De leeuwerik

Veldleeuwerik

“Alleen een faunarand gaat akkervogel niet redden”, kopte Trouw gisteren. Het is al jaren een heikele discussie in het agrarisch natuurbeheer: zijn faunaranden – kruidenrijke stroken langs de randen van akkers die niet worden gemaaid – nu wel of niet afdoende om teruglopende populaties weidevogels te beschermen? Een team onderzoekers van o.a. Wageningen Universiteit heeft dit eens grondig uitgezocht voor de veldleeuwerik. Voor die vogel blijkt dat onvoldoende soelaas te bieden.

Het is een stil verdriet in me dat de parelende zang van de veldleeuwerik, één van mijn meest vreugdevolle jeugdherinneringen, bijna verdwenen is. Hun jubelende concerten hoog in de lucht verwelkomden me op zonnige voorjaarsdagen in de polders rondom Leiden. Het gezang zal vast een functie hebben gehad, maar voor mij klonk het als een uiting van pure levensvreugde. Er ging een snaar meetrillen in mijn hart. De zang van de leeuwerik riep blijdschap, vrolijkheid, onbezorgdheid in me op. Een intens genieten van de levensenergie van het voorjaar.

Zingende veldleeuwerik

Als ik nu in de polders kom hoor ik geen leeuweriken meer. Het groene uiterlijk is misleidend, want niets meer dan een hoog-efficiënte monocultuur van raaigras dat veel te vroeg voor de nesten van weidevogels wordt gemaaid voor een zo groot mogelijke opbrengst. Jongeren die niet hebben meegemaakt hoe het vroeger was, zullen waarschijnlijk niets missen. Ze weten niet beter. Dit is wat wetenschappers het shifting baseline syndrome noemen: een steeds verschuivend perspectief op wat normaal is – omdat nieuwe generaties niet weten hoe het eerder was en het heden als ijkpunt nemen.

Nu ik zelf, op middelbare leeftijd, de pijn ervaar van het verlies van landschappelijke schoonheid en rust, begrijp ik de verhalen van mijn ouders en grootouders over wat zij in hún tijd verloren hebben zien gaan. Toen vond ik het gezeur, nu herken ik het als zorg en liefde voor hun leefomgeving. De weemoedige verhalen waren een door mij, de jongere generatie, niet begrepen teken van rouw om een natuurlijke omgeving die verloren ging.

Liefde voor de eigen leefomgeving – door de Engelse filosoof Roger Scruton oikofilie genoemd verdient erkenning als een belangrijk criterium bij landinrichting. Niet om alles te laten zoals het was, maar om ontwikkeling terug te brengen tot haar kern: het zich laten ont-wikkelen van een collectief innerlijk weten over wat waar en goed en kloppend is. De uitdaging voor politici, planners en projectontwikkelaars is om zich op nieuwe manieren te verhouden tot de mensen die er direct de gevolgen van ondervinden. ‘Luisteren naar wat de toekomst verlangt’, noemt hoogleraar en veranderdeskundige Otto Scharmer dit. Dialoog- en luistervaardigheden, van álle betrokken partijen, worden steeds belangrijker. En laten we vooral niet vergeten te luisteren naar de stem van de leeuwerik – voordat het te laat is.

Luister maar, naar deze prachtige compositie The lark ascending van Vaughan Williams.

De leeuwerik-foto vond ik op internet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.