Boeren, bodem en burgers weer verbinden

In de weidse pioniersruimte van de Flevopolder is boer Piet van IJzendoorn (1948) goed op zijn plek. Overal waar je kijkt, windmolens en grote boerderijcomplexen als eilanden in een zee van gras, graan en andere gewassen. De hoge hemel is behangen met wilde bloemkoolwolken. In een nabije sloot tatert een rumoerige groep zwanen. In dit open gebied, tussen Almere en Zeewolde, ligt Piets biologisch-dynamische bedrijf Zonnehoeve. Naast koeien en akkerbouw herbergt het ook een bakkerij, paardenstoeterij, groentetuin, natuurbeheer, webwinkel, dagbesteding en gezinshuis voor jongeren uit de jeugdzorg. Een bijzonder geheel, ontstaan uit 35 jaar passie, visie en toewijding van een gedreven man met een team van boeren en zorgondernemers. Gezeten op de picknickbank in de luwte van de stallen en bakkerij, openen mijn vragen aan Piet een sluis van woorden en een schat aan ervaringen. Een gesprek over leven als ontwikkelingsweg en landbouw als verbindende schakel tussen kosmos, aarde, mens en dier.

Verwondering als bron
“Als oudste zoon van een Betuwse boerenfamilie raakte ik van jongs af aan vertrouwd met de ritmes van de natuur. We hadden een gemengd bedrijf en deden alles zelf: fruitteelt, tuinbouw, akkerbouw (graan, aardappels, etc), koeien, paarden, varkens en kippen. Ik was liever thuis dan op school. Het meest leerde ik van het spelen, kijken, bezig zijn met planten en dieren en meewerken met mijn vader. Steeds was er die verwondering. Als vierjarig knulletje al stond ik ’s morgens vroeg op om buiten uit te kijken over de ruimte. Eén zo’n keer, aan het begin van de zomer, de paarden in de wei omhuld door gouden licht van de opkomende zon, had ik een ervaring die me altijd is bijgebleven. Ik voelde me opeens totaal onderdeel van alles, alles was volmaakt, heel, één geheel. Een kosmische ervaring.”

Vragen bij gangbare landbouw
In de jaren ’50-60 maakte Piet de overgang mee van kleinschalig familiebedrijf naar grootschalig landbouwloonbedrijf, waarin veel met machines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen werd gewerkt. Na zijn schooltijd ging Piet fulltime op de boerderij werken, hij hield van het rijden op de grote dorsers en oogstmachines. Zijn betrokkenheid bij de Derde Wereld en de grotere wereld om hem heen (de revoluties van ’68), deed hem echter ook nadenken over waar hij met de landbouw heen wilde.

“Op een bepaald moment in augustus zat ik op de maaidorser en overviel me opeens het besef dat ik nu (eind jaren ’60) met meer dan 18 middelen aan het spuiten was om de tarwe-opbrengst te verhogen, terwijl dat begin jaren ’60 slechts een enkel onkruidmiddel was. CCC bijvoorbeeld gebruikten we als groeiremmer, om de stengel van de tarwe kort te houden. Dat was nodig om het plat gaan liggen van de topzware aren tegen te gaan, die door groter gebruik van kunst- en drijfmest uit hun krachten waren gegroeid. Maar het maakte ook andere chemische middelen nodig om de tarwe ‘gezond’ te houden. Een week voor de oogst moest je weer met Roundup aan de gang om het graan dood te spuiten, omdat het natuurlijke afsterfmechanisme door alle gebruikte pesticiden en schimmelbestrijders geen kans kreeg en de tarwe groen bleef. De opbrengst werd dus wel hoger, maar ten koste van heel veel.”

Verbinding weg
“De ‘wondermiddelen’ werden als onschuldige middelen aangeprezen. Maar door me er meer in te verdiepen begon ik te beseffen dat er iets grondig mis was met deze ontwikkeling. Het boek ‘Dode Lente’ van Rachel Carson (1962), over wat DDT in de voedselketen doet, sloeg bij me in als een bom. De claims over het onschuldige karakter van de middelen bleken flinterdun. Ze berustten vaak alleen maar op rattenproeven, en dan ook met maar één middel in plaats van een combinatie van middelen zoals in werkelijkheid gebeurde. Ook bleef onderbelicht dat die middelen scheikundige verbindingen zijn, waarvan de onderdelen – als het uit elkaar valt – veel schadelijker kunnen zijn dan de grote formule. Al deze systemische middelen gaan in de plant en de korrel zitten. Het was een publiek geheim dat de tolerantiegrenzen toen al werden overschreden.

Het machinale en chemische karakter van het werk ging aan me vreten. De verbinding met de gewassen, de grond en de dieren was weg. Het draaide alleen nog maar om korte-termijn productie zonder oog voor de context waarin dat gebeurt. Ik wilde weer kunnen genieten en me verwonderen over hoe alles groeit. Ik kwam erop uit dat we het heel anders moeten aanpakken, dat we de natuur haar werk moeten laten doen.”

“Het belangrijkste wat je als boer moet doen is goed kijken waar en hoe je de natuur een handje kan helpen. Dan doet de natuur het verder zelf en kun je nooit grote fouten maken.”

Onderzoekende geest
“Van jongs af aan heb ik de drang om dingen zelf te willen onderzoeken en uitproberen. Ik had het geluk dat mijn vader het goed vond dat ik overal met hem mee ging in plaats van naar school. Daardoor kreeg ik veel ruimte om te experimenteren en leerde ik zelf zien wat wel en niet kan. Dan ga je op jezelf vertrouwen. Dat heb ik met mijn kinderen ook gedaan. Mijn dochter liep op haar zevende een keer over de nok van de stal heen, met de poes in de hand. Ik heb er nog foto’s van. Die ruimte en eigenheid is heel belangrijk, dat zou ik iedereen gunnen!

Ik ben leergierig en besloot na een aantal jaren hard werken op de boerderij om milieukunde te gaan studeren in Groningen. Daar raakte ik door lezingen van Bernard Lievegoed [boegbeeld van de antroposofische beweging in Nederland, LvdW] geïnteresseerd in de biologisch-dynamische (BD) landbouw. Ik werd lid van de antroposofische vereniging. Antroposofie staat voor mij voor levenswijsheid, niet voor iets dogmatisch. Daarvoor ben ik te anarchistisch, in de goede zin van het woord: iemand die zelf dingen wil voelen en ervaren en op waarheid onderzoeken, om van daaruit iets nieuws te ontwikkelen. Als dat het gangbare denken ter discussie stelt, dan ga ik daar ook voor staan. Bijvoorbeeld het in de landbouw geldende paradigma dat je als mens de planten moet voeden en beheersen, dat het niet goed gaat zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ik kan uit eigen ervaring bewijzen dat dat onzin is.

BD landbouw is niet de weg, maar één van de wegen die de werking van de natuur wil doorgronden. De wijsheid ervan is dat het het leven benadert vanuit gehelen. Sterren of preparaten zijn voor mij niet heilig, maar hulpmiddelen om dingen te verbeteren. Rudolf Steiner [grondlegger antroposofie, LvdW] zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou zien hoe rigide sommigen met zijn inzichten omgaan. Het is nooit zijn bedoeling geweest dat mensen hem nadoen, maar dat ze zich creatief verder ontwikkelen. Dat heeft hij zelf ook gedaan op basis van alles wat hij las, ervoer en onderzocht. Het is een doorgaande scholingsweg die ieder op zijn manier kan gaan. Voor mij is dat het essentiële, de zoektocht van de mens naar het wezenlijke van ons bestaan.”

Zorg voor bodem en mensen 

“Na zeven mensgerichte jaren als praktijkdocent op de Warmonderhof (middelbare agrarische school voor biodynamische landbouw) wilde ik toch weer inhoudelijk verder met de landbouw. Ik had toen het geluk in aanmerking te komen voor een kavel voor BD landbouw in Flevoland. Aanvankelijk was het niets meer dan een kale vlakte, geen huizen of bomen, niets. Begin ’82 zijn we, gezin met drie kleine kinderen, er begonnen, met een tweeledig idee. Ten eerste collega boeren laten zien dat BD landbouw iets is van de toekomst en niet van het verleden. Het tweede doel was om weer een verbinding te krijgen tussen boeren, bodem en burgers. Ook toen besefte ik al dat er niets verandert in de landbouw als burgers niet vinden dat het anders moet.

We zijn direct met een gemengd bedrijf gestart: graan, vee, groenten en andere gewassen. Aanvankelijk was ik als biologisch bedrijf een uitzondering en ontmoette ik veel scepsis. Dat veranderde toen na een aantal jaren duidelijk werd dat er geen grote rampen gingen gebeuren. Tijdens een koeien-griepepidemie (IBR) heb ik onderzoeksmatig bijgehouden wat er met mijn koeien gebeurde. Ze hebben het virus gehad, maar zijn er niet ziek van geworden. Het heeft me bevestigd in het vertrouwen dat een natuurlijke omgeving, waarin ze de tijd krijgen om hun weerbaarheid op te bouwen, krachtvoer en inentingen overbodig maakt.

Ook over het lage fosfaat- en stikstofgehalte in de bodem kreeg ik allerlei waarschuwingen. Iedereen zei dat ik die grote tekorten moest aanvullen. Maar ik was zo eigenwijs om zelf met bodemverbeterende planten aan het zoeken te gaan. Met vergelijkend onderzoek – een strook mais met fosfaat naast een strook zonder – wilde ik met eigen ogen zien hoe mijn gewassen zouden groeien. Het bleek geen verschil te maken voor de opbrengst! Dat deed me beseffen hoe weinig we eigenlijk nog weten over de wisselwerking van planten en bodem. Het mengsel van koeienmest en stro uit de potstal blijkt voldoende voor een rijk bodemleven. Het maakt dat het weinige fosfaat, wat wetenschappelijk gezien niet opneembaar is, toch beschikbaar komt voor de planten. Iets dergelijks geldt ook voor stikstof. Toevoegen van veel stikstof in de vorm van kunstmest of drijfmest werkt averechts, want het maakt de natuurlijke stikstofbinding minder. Niet door maximale, maar door optimale bemesting krijg je een rijk bodemleven en houdt je de planten wakker en actief. Je moet dus niet naar een enkel element kijken, maar naar het hele systeem van bodemvruchtbaarheid.

Naast de aandacht voor een gezonde bodem, heb ik vanaf het begin van dit bedrijf ook een verbinding gezocht van landbouw en mensen. Een eerste stap daarin was het beheren van een groot natuurgebied in Almere stad (1985). Met de bakkerij (1990) leveren we brood aan natuurwinkels en krijgen hier daardoor veel bezoek van burgers. Vanaf 2000 zagen we ook kansen voor enkele gezinshuizen voor jongeren uit internaten. Die jongeren hadden veel hechtingsproblematiek. Ik durfde het aan omdat ik naast mijn kennis van de BD-landbouw ook veel kennis had van pedagogiek en hoe mensen zich kunnen ontwikkelen. [Piet voltooide naast zijn werk als docent en boer een MO-opleiding pedagogiek en een master orthopedagogiek, LvdW]. Daardoor kon ik partij zijn voor deskundigen die zeiden dat je het zus of zo moest doen met jongeren. Zo weigerde ik om jongeren na twee jaar weer ergens anders heen te laten gaan, wat toen de norm was. Ook werken we hier niet met straf en met allerlei regels en controlesystemen. We houden elkaar alleen aan algemeen menselijke dingen, zoals niet bedriegen. Ik krijg nu terug van de jongeren dat het ze hier zo goed bevallen is.”

“Zonnehoeve is een boerderij met zorg geworden, waarbij de landbouw, de bodem, de basis is van al het leven.”

Vertrouwen in natuurlijke ontwikkeling
“Of het nu mensen, of planten of dieren betreft, ik heb er een groot vertrouwen in dat het leven zich vanzelf ontvouwt. Je moet het alleen waar nodig wat bijsturen, maar er verder niet teveel bovenop zitten. Dat geldt ook voor Zonnehoeve. Het bedrijf wil als geheel ergens heen. Het wil iets betekenen voor de wereld, voor andere mensen. De kunst is om daar oog voor te hebben, en tegelijk ook voor hoe ieders persoonlijke ontwikkelingsweg daar doorheen speelt.

Praktisch betekent dit dat we het bedrijf zo hebben ingericht dat het niet afhankelijk is van één persoon. Iedereen die hier werkt is als ondernemer verantwoordelijkheid voor een onderdeel, en weet zich tegelijk ook deel van het geheel. Fiscaal-juridisch hebben we met een coöperatie geregeld dat burgers zich kunnen verbinden met Zonnehoeve. Daarmee worden ze ook feitelijk drager van landbouw en voedsel voor de toekomst. Met het oog op de toekomst laten we vooral jongere mensen instromen en zorgen we voor procesbegeleiding door externe mensen. We willen een boerderij zijn die zorg en aandacht verleent aan iedereen, ook aan de ondernemers of stageairs. Door zo weinig mogelijk onderscheid te maken, geven we mensen die hier vanuit de zorg zijn ook niet het gevoel dat ze minderwaardig zijn. Zij zoeken geen hulp, maar iets waarin ze mee kunnen doen, wat ze leuk vinden en waar ze weer eigenwaarde door krijgen. Als je hen apart laat behandelen door aparte mensen, verliezen ze de verbinding met de gezonde werkelijkheid. Als iedereen ermee zou opgroeien om zorg voor de ander te hebben, zou je een inclusieve samenleving krijgen waarin iedereen tot z’n recht kan komen. Daarom proberen we hier iedereen het gevoel te geven dat hij of zij de eigen droom kwijt kan in de grote droom van Zonnehoeve.”

Landbouw als kunst
“Ik wil bevorderen dat de landbouw weer aantrekkelijker wordt en zo de trend helpen keren dat er almaar meer mensen uit gaan. De onderstroom om zich te willen her-verbinden is al gaande bij jonge mensen. De huidige arbeidscultuur biedt hen te weinig zingeving, menselijkheid, vrijheid en ruimte voor ontwikkeling. De tegenkrachten zijn groot, maar de noodzaak tot verandering is onontkoombaar. De huidige exportlandbouw gaat ten koste van de rest van de wereld, van de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen en van dieren.

We moeten weer gaan inzien wat landbouw in wezen is. Landbouwdieren zijn er niet voor maximalisering van de export, maar voor de bodem. Als je de bodem leidend laat zijn voor hoeveel dieren je waar houdt, dan zijn koeien niet milieuonvriendelijk, maar voeden ze het bodemleven door hun mest. Uiteindelijk draait het allemaal om de inwerking van de zon op het leven hier op aarde. De zon en de bodem staan centraal. Landbouw is dat mensen de omzetting van de energie van de zon in organisch materiaal faciliteren. Planten vangen met hun fotosynthese de zonne-energie op en zetten dit, samen met het bodemsysteem in en rond de wortels, om tot organische stof die voedsel is voor de aarde, dier en mens. Het is chemie en tegelijk ook alchemie. Er zit zo’n geweldige intelligentie in het geheel. Wie of wat heeft dat ooit kunnen bedenken?! Wie zijn wij dan om te besluiten dat we er wat chemische middelen instoppen om het systeem te verbeteren? Het is water naar de zee dragen om te denken dat je dingen van buiten je systeem nodig hebt om het systeem beter te doen werken.

Hoe we met de natuur omgaan is afhankelijk van welk model we aanhangen. De industriële landbouw wil alles beheersen en balanceren vanuit een controlemodel. Maar voor mij gaat boer-zijn over de directe verbinding met het land, door eigen waarneming kijken hoe iets z’n weg zoekt (‘adaptiemodel’). Echte systeemkennis over hoe de zon, de aarde en de elementen inwerken op de plantengroei is in mijn ervaring voorbehouden aan boeren die met hun poten in de klei staan en met open geest aanwezig zijn bij wat er gebeurt. Je hoeft niet overal krampachtig bovenop te zitten, omdat je weet dat het systeem ervoor zorgt dat het goed gaat. Een weerbaar systeem krijg je door het optimaliseren en actief benutten van natuurlijke processen in bodem, gewas, dier en bedrijf (‘natuur-inclusieve landbouw’). De kunst is om in te zien wat er in de natuur allemaal mogelijk is en dat goed faciliteren en regisseren.”

“Een wijs beheer van de aarde houdt in dat we haar natuurlijke ‘eigen wijsheid’ benutten.”

Zelfzorg als basis
“Wat ik in mijn leven heb geleerd is dat je alleen maar iets voor anderen kunt betekenen als je zelf goed op orde bent. Dat betekent voor mij bijvoorbeeld niet blijven hangen in wat is gebeurd, maar vertrouwen houden in de toekomst en bereid zijn je steeds te blijven ontwikkelen. Niet strijden over wie het beter weet, maar van elkaar willen leren en elkaar steunen. Niet op een eilandje blijven zitten, maar verbindingen maken naar de grotere groep. En heel belangrijk ook, niet focussen op problemen, maar op wat je vrolijk, blij en gelukkig maakt. Als ik terugkijk op wat ik allemaal gedaan heb, denk ik ‘dat is onmogelijk’. De kunst is om lol te hebben in de uitdagingen die er zijn.”

Gebruikte bronnen:
P. Essink, Gezonde voeding heeft een ontwikkeling doorgemaakt. In: Vitale Voeding, Barstensvol Leven, 2016
E. Winkel: Het bodemsysteem is intelligenter dan veel mensen denken. Boer en onderzoeker over het fosfaatmysterie in de polder. In: Bodemvruchtbaarheid als vrucht van de landbouw, thema-uitgave van Dynamisch Perspectief, ledenblad Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding, 2014
P. van IJzendoorn, Gezinsboerderij Zonnehoeve: nieuwe kansen voor kinderen en jongeren, 2008
P. van IJzendoorn, Het gewone dagelijks leven als therapeutische setting. Uitgaan van het gezonde.’Eindwerkstuk voor post-academische opleiding Antroposofische Psychotherapie, 2011
P. van IJzendoorn, Ideologie industriële landbouw versus logica biologische landbouw, 2014
Website zonnehoeve.net

Deze blog is deel drie van een serie over vernieuwende denkers en doeners op het snijvlak van natuur, landbouw en samenleving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.